Grammatica
Duits is een verbogen taal. , De verbuiging heeft in tegenstelling tot het latijn niet alleen invloed op de uitgang van een woord maar ook op de stam, wat afbuiging en vervoeging enigzins moeilijker maakt.Naamwoord buiginging
Duitse naamwoorden verbuigen in:vier naamvallen: nominatief, genitief, datief en accusatief.
In de duitse spelkunst, anders dan bij alle andere spelkunsten, worden alle naamwoorden met een hoofdletter geschreven.
een van de drie verbuigings takken
een van de drie geslachten: mannelijk, vrouwelijk, of onzijdig. Uitgangen van woorden geven sommige grammaticale uitgangen aan; anderen zijn willekeurig en moeten uit het hoofd geleerd worden.
twee aantallen: enkelvoud en meervoud
In het duits wordt, zoals bij de meeste germaanse talen, bij samengestelde woorden zoals Hundehaus (hondenhok) of Sommerzeit (zomertijd), het lidwoord gebaseerd op het tweede deel van het woord. Anders dan bij het engels, waar samenstellingen of combinaties van langere naamwoorden vaak geschreven worden in een open vorm, gescheiden door spaties, in het duits (net zoals bij andere germaanse talen) worden er nooit spaties gebruikt, bijvoorbeeld Baumhaus (eng: tree house; boomhut). Zoals in het engels, laat het duits willekeurig lange samenstellingen toe, maar deze zijn zeldzaam. (zie ook engelse samenstellingen)
Uitgangen van Bijvoeglijk Naamwoorden
Hier is een andere manierom de uitgangen van bijvoeglijk naamwoorden uit het duits aan te pakken, een aanpak dat de moeilijke en schematische regels ontwijkt.De basis veronderstelling is om de gedachten tussen naamvallen en uitgangen van BIJVOEGLIJK NAAMWOORDEN van elkaar te scheiden, want de meesten hebben de neiging verward te raken als ze de twee moeten combineren. Al zal deze aanpak je misschien niet veranderen in een genie op het gebied van uitgangen van de bijvoeglijk naamwoorden, het haalt wel de angst en frustraties van de duitse grammatica weg.
Stel jezelf twee makkelijke vragen.
VRAAG ÉÉN: Vraag jezelf bij elk bijvoeglijk naamwoord de vraag: heeft het lidwoord dat voor het bijvoeglijk naamwoord staat een logische uitgang?
Als het antwoord positief is, stel jezelf dan de tweede vraag: Is de uitgang van het lidwoord het originele "-r, -e, -s" (b.v., "der, die, das, eine" -- uit het woordenboek)? Kun je het geslacht van het lidwoord zien? Als het LIDWOORD de ORIGINELE uitgang heeft, dan eindigt het bijvoeglijk naamwoord op een -e. Als het antwoord op vraag twee NEE is, dan hebben we te maken met een veranderde uitgang van het bijvoeglijk naamwoord, zoals "den, des, dem, eines, einem" of "die" in het meervoud. Als de uitgang van het LIDWOORD VERANDERT is, dan is...DE UITGANG VAN HET BIJVOEGLIJK NAAMWOORD -en.
Als het antwoord op vraag een nee is, dan wordt er helemaal geen lidwoord uitgang gebruikt, (of omdat er geen lidwoord is of omdat het lidwoord "ein" is), dan moet je aan het geslacht en de naamval denken en de uitgang die "der, die, das" normaal gesproken zou hebben voor het BIJVOEGLIJK NAAMWOORD: Hier onder vallen uitgangen zoals: -es (das), -er (der), -em (dem), -e (die, meervoud).
Vervoeging van de Werkwoorden
In het duits zijn er ongeveer 200 onregelmatige werkwoorden. Ze worden vervoegd naar gelang de volgende aspecten:twee genera verbi: Actief en passief; het passief is verdeelbaar in niet dynamisch en niet dynamisch.
drie stemmingen: Aanwijzend, Bepalend, Gebiedend
Er zijn ook veel manieren om de betekenis van een basis werkwoord uit te breiden door enkele voorwoorden
een van de twee vervoegings klassen, zwak en sterk.
drie personen: 1e, 2e, 3e.
twee aantallen: enkelvoud en meervoud
geen verschil tussen aspecten
2 niet samengestelde tijdsvormen (Tegenwoordige tijd, Preterite) en 4 samengestelde tijdsvormen (Perfect, Plusquamperfect, toekomstige tijd I, toekomstige tijd II)
De woordvolgorde is veel soepeler dan in het engels. De woordvolgorde kan veranderd worden door subtiele veranderingen van de betekenis van de zin.
De meeste duitse woorden komen af van de germaanse tak van de Indo-Europese talenfamilie, ook al zijn er ook een klein aantal woorden die uit het latijn, frans en meest recentelijk uit het engels komen.





